Nu begint het echte ‘shapen‘ van het brood. Er zijn heel veel verschillende technieken om dat te doen. De kern van alle technieken is dat je zorgt dat het deeg mooi strak is opgerold, zodat het brood in de oven mooi kan rijzen.
Bestrooi eerst je werkblad met een beetje bloem. Leg hier je bolletje deeg op. Let op, leg de zijde die zojuist bij het ‘pre-shapen‘ boven lag, nu aan de onderkant. Rek dit een klein beetje uit tot een vierkant, maar je hoeft niet te hard te sjorren aan het deeg. Vouw dan een envelop. Dit doe je door bij elke lange zijde het midden te pakken, dit uit te rekken en dan de punt naar het midden te vouwen. Alsof je een soort diagonaal kruis in het het vierkant maakt met de deegflappen. Het makkelijkste is het om eerst de boven en onderkant te doen en daarna links en rechts. Trek het deeg ook weer niet te ver, want dan scheurt het.
Nu heb je een iets kleiner vierkant voor je liggen, met een soort diagonaal erop gevormd. Kijk voorzichtig of het deeg nog los van je oppervlak ligt. Strooi eventueel nog wat extra bloem als dit niet zo is. Nu ga je zoals wij het noemen: het jasje dicht doen. Je begint met de deegpunt rechtsboven aan. Deze pak je, rek je uit en trek je naar het midden. Nu doe je hetzelfde met de punt linksboven. Daarna ga je weer naar rechts, daar pak je nu een stuk deeg vast net onder de punt die je al naar binnen gevouwen hebt. Dit herhaal je, afgewisseld tussen links en rechts, totdat je helemaal beneden bent.
Dit uitrekken en naar binnen vouwen van het deeg herhaal je, afgewisseld tussen links en rechts, totdat je het hele vierkante stuk deeg hebt ingepakt.
De laatste stap in het vormen is het maken van een strakke deegrol van je zuurdesem. Zorg dat je rijsmandje of je kom met theedoek goed met bloem zijn bedekt van tevoren. Daar heb je zo namelijk geen tijd meer voor als je aan het vormen bent! Ik gebruik hier het liefst rijstbloem voor. Rol de bovenkant van je deeg strak naar je toe. Daarbij duw je als het ware het midden en daarna de zijkanten naar binnen toe. Dit mag echt heel strak! Wees niet bang dat je het deeg kapot maakt, het kan wel wat hebben als het goed is 🙂
Je rolt je deeg zo strak op. Dan houd je een hele strakke enigszins langwerpige deegbal over. Deze leg je in je rijsmandje of kom. Vergeet daarbij niet om de gladde kant, dus zonder de deegflap, naar beneden te doen. Je gaat het rijsmandje morgen namelijk omdraaien! Dan komt de vouw dus aan de onderkant van je brood te zitten.
Doe een afgesloten plastic zak om je rijsmandje met het deeg heen. Plaats dit in de ijskast en laat het geheel in de ijskast rijzen totdat je het deeg de volgende ochtend wilt gaan bakken.