Laat in een steelpannetje of sauspannetje de boter op rustig vuur smelten.
Wanneer de boter helemaal gesmolten is lepel je de bloem in de pan.
Roer het geheel met een spatel goed door, zodat de bloem en de gesmolten boter samen een deegballetje vormen. Je wilt dat de bloem gaar wordt en wanneer het deegballetje ontstaat is dat een teken dat de bloem aan het garen is.
Roer het deegballetje nog even een minuutje goed door, zodat hij goed gaar is. Giet dan beetje voor beetje de havermelk in de pan. Let op dat je pannetje nog steeds op een rustig vuur staat, anders kan dit gemakkelijk aankoeken op de bodem van de pan.
Het makkelijkste werkt het om met een garde de plantaardige melk goed door het deegmengsel in de pan te roeren. Op die manier ontstaan er geen klontjes. Wacht met het bijschenken van melk totdat de vorige scheut melk is opgenomen door het deegmengsel.
Blijf plantaardige melk bijgieten totdat je een mooi glad mengsel hebt, dat zo’n beetje dezelfde dikte heeft als vla. Het kan zijn dat je iets meer of minder melk nodig hebt, dit kan per keer verschillen. Wanneer jij de bechamel de juiste dikte vindt hebben is hij goed!
Laat de bechamel nog even kort koken op laag vuur, gedurende een paar minuutjes. Blijf goed roeren, want de bechamel is zo aangekoekt aan de bodem!
Voeg versgemalen peper, zout en nootmuskaat toe naar smaak.